Dogma rond schijnzelfstandigheid verandert
Het dogma rond schijnzelfstandigheid verandert. Dat zie je aan de recente uitspraak in de
Uber-zaak en het besluit van Rijkswaterstaat om toch zzp’ers aan te nemen, zolang ze
maar aan de wet DBA voldoen. Dat maakt het voor andere overheden makkelijker om hier
genuanceerder naar te kijken, en dat is cruciaal.
“ZZP is here to stay“
Eindelijk lijkt de regering te beseffen wat de markt wil: een groot deel wenst gewoon als
zelfstandige te blijven werken. Niet uit gemak, maar uit overtuiging. Het dringt tot ‘Den
Haag’ door dat zelfstandigen bij de moderne arbeidsmarkt horen, met autonomie en ruimte
om te ondernemen. Oftewel: ‘ZZP is here to stay’. Dat inzicht komt weliswaar laat, maar is
hard nodig.
Ik zie dat de overheid geen einde maakt aan handhaving, maar wel begint te knippen. Het
urencriterium en het uurtarief worden nadrukkelijker meegewogen. Onder grofweg 36 euro
per uur is al snel sprake van schijnzelfstandigheid. Tegelijk blijft inbedding bestaan, maar dan
zonder het eerdere zwart-wit-perspectief. Een taxichauffeur kan prima zelfstandige zijn, mits
hij het goed heeft ingericht: eigen auto, eigen logo, eigen risico.
Dat heeft de recente uitspraak in de Uber-zaak wel uitgewezen. Niet alle chauffeurs zijn per
definitie werknemers. Net zomin als dat ze per definitie zzp’ers zijn. Elke situatie is anders en
vergt maatwerk. Individuele, feitelijke omstandigheden zijn bepalend. Dat geldt net zo goed
voor de bouw.
“Normaal bepaalt de markt de snelheid, nu doen procedures dat”
Flex in de bouw wordt alleen maar belangrijker. De sector krimpt. Niet omdat er geen vraag
is, maar omdat het aanbod stokt. Normaal bepaalt de markt de snelheid, nu doen
procedures dat. Aanvragen voor bouwvergunningen kunnen zomaar jaren duren.
Nieuwbouw is normaal een constante stroom van werk, dat valt steeds meer weg. We
moeten het meer en meer hebben van renovatie, hetgeen de vraag naar flex zal vergroten.
Dat verandert de hele dynamiek op de bouwplaats en in de planning. Particulieren doen
bijvoorbeeld liever geen verbouwingen in de winter.
Dan is er nog de vraag waar het geld vandaan moet komen om het bouwen überhaupt
mogelijk te maken. Denk aan planologie, stedenbouwkunde, de infrastructuur,
inspraakprocedures, en uitkoopregelingen voor boeren.
Tegelijkertijd stijgen de kosten van onze zorg en worden de defensie-uitgaven fors verhoogd.
Investeren vraagt budget en dat budget is niet onbeperkt. Tegelijk wordt de infrastructuur
van de bouw langzaam uitgehold. Buitenlandse zzp’ers vertrekken, woningfabrieken gaan
failliet en sluiten hun deuren. In Noord-Nederland is er recent eentje dichtgegaan. Kortom:
de ‘bouw-snelweg’ wordt zo langzamerhand een N-weg.
Daarom was ik blij dat Rijkswaterstaat kortgeleden terugkwam van het besluit om helemaal
te stoppen met de inhuur van zzp’ers. Zolang zelfstandigen voldoen aan de wet- en
regelgeving kunnen ze gewoon aan de slag. En dat is maar goed ook. We moeten
pragmatisch omgaan met het fenomeen inbedding. Stel dat je steenzetters nodig hebt die ervaring heeft met het plaatsen van basaltklei voor de bouw van zeedijken. Daarvan zijn er
slechts tientallen in heel Nederland. Zijn die superspecialisten dan tijdelijk verweven met de
organisatie waarvoor ze werken? Ja. Maar anderzijds: het werk moet wel gebeuren. Punt.
Die genuanceerdere blik helpt. Door het statement van Rijkswaterstaat wordt het ook voor
andere overheden makkelijker om er genuanceerder naar te kijken. Mijn waarschuwing is
simpel: erken dat flex en zzp geen probleem zijn, maar een randvoorwaarde om deze sector
draaiende te houden. Wie dat blijft ontkennen, breekt straks af wat hij later wanhopig weer
probeert op te bouwen.
Dit artikel verscheen eerder op Aannemervak.nl.